In deze driedelige serie leg ik stap voor stap uit hoe mijn onderzoek gevormd is. In het eerste gedeelte ga ik in op de totstandkoming van het onderzoek en het theoretisch kader. In het tweede deel kijk ik naar het contacteren voor de interviews en de interviews zelf. In het laatste deel van de serie leg ik uit hoe ik de data uit de interviews verwerkt heb en het onderzoek heb afgerond. In dit bericht ga ik verder in op de interviews.

Toen ik bijna klaar was met mijn theoretisch kader begon ik al met de vragenlijst op te stellen en contact op te nemen met redacties. Ik werk altijd in groepen van vier, omdat ik dan nog goed het overzicht kan behouden en toch aardig wat mensen kan mailen. Voor mijn interviews had ik besloten om mensen te interviewen die knoppen kunnen doorhakken en het liefst hoofdredacteuren als zij tijd hadden. Heel eerlijk gezegd was ik er in het begin heel erg huiverig over. Aangezien ik dacht dat ze geen tijd zouden hebben voor een student die een onderzoek begint, maar het tegendeel werd bewezen.

De eerste vier redacties waar ik contact mee opnam waren Omroep Zeeland, Omroep Brabant, Brabants Dagblad en PZC. Ik heb ervoor gekozen om contact op te nemen met Omroep Zeeland via mijn oude stagebegeleider Sonja de Best om zo te vragen of ik haar of de hoofdredacteur kon interviewen. Voor de mails naar de andere drie heb ik eerst een algemene mail opgezocht en opgezocht wie de hoofdredacteur was. Daarna heb ik op alle manieren die mogelijk zijn de namen getypt in de hoop dat ik op een gegeven moment het juiste mailadres had. Door dit te doen kon ik direct in de mailbox terecht komen van de personen die ik wilde interviewen. Ik kreeg alleen niet snel (in mijn ogen) genoeg reacties binnen. Dus ik nam contact op met nog vier regionale mediabedrijven, namelijk De Gelderlander, Omroep West, Omroep Gelderland en het Mediahuis. Dit bleek achteraf niet zo slim te zijn, want hierdoor had ik dus niet meer het overzicht naar wie ik precies wat had gestuurd. Al snel accepteerde de PZC en Omroep West voor een interview. Ik had beide interviews gepland op donderdag 16 april. Dit was iets sneller dan ik had verwacht dus ik moest even gas geven om mijn theoretisch kader en mijn vragenlijst af te krijgen.

Ik koos voor een gestructureerd interview, omdat ik in mijn ogen benieuwd was naar hoe de redacties keken naar datajournalistiek. Door dezelfde vragen te stellen kon ik de verschillen laten zien. En ik moet zeggen dat ik tevreden ben met de interviews die ik gedaan heb, maar volgende keer heb ik liever een semigestructureerde vorm van interviewen. Dit vind ik zelf ook de prettigste vorm van interviewen.

Na de interviews van Omroep West en de PZC kwamen de interviews van De Gelderlander (woensdag 22 april), Brabants Dagblad (woensdag 29 april), Omroep Brabant (vrijdag 8 mei) en het Mediahuis (woensdag 13 mei). Vier van deze interviews had ik opgenomen met de telefoon, maar de audio bleek later niet goed opgenomen te zijn tijdens het analyseren. Gelukkig kwam ik hier achter voor het interview met het Mediahuis (waar de regionale kranten Leidsch Dagblad, Haarlems Dagblad en Noordhollands Dagblad onder vallen). Dus kon ik snel nog een andere vorm van opnemen bedenken. Het interview met de hoofdredacteur van Omroep Brabant was wel goed opgenomen gelukkig. Ik ga hier in de derde blogpost verder op in, omdat ik dan over het uitwerken van de interviews ga schrijven.

De interviews duurde allemaal tussen de tien en dertig minuten en ik heb er echt super veel aan gehad. Omroep Zeeland en Omroep Gelderland zijn helaas niet meer geïnterviewd. Sonja, van Omroep Zeeland, gaf aan dat ze ging kijken of ik een keer kon interviewen. Helaas heb ik geen reactie meer gekregen. Omroep Gelderland kon wel, maar dat zou pas eind mei zijn of begin juni en dat was te laat voor mij. Ik wilde mijn onderzoek namelijk al begin juni af hebben. Ik geef heel eerlijk toe dat ik meer achter Omroep Zeeland aan had kunnen gaan als ik er nu terugkijk. Voor de rest maakte ik nog een fout tijdens mijn eerste interview met redactiechef Brian van der Bol (Omroep West). Hij vroeg halverwege mijn interview een vraag over DataBewijst en ik ging hierop in. Terwijl het best is om het pas over DataBewijst te hebben na de interviews, omdat ik anders mijn interviewee kan beïnvloeden. Tijdens de andere interviews heb ik elke keer aan het einde het over DataBewijst gehad. Na de interviews heb ik naar alle geïnterviewden een LinkedInverzoek verstuurd en de meesten hebben ook geaccepteerd.

Dus dat is in het kort hoe mijn interviews zijn verlopen en hoe ik er op terugkijk. Voor de volgende keer dus goed controleren of je opnames kloppen, proberen semigestructureerde interviews te doen en niet met te veel potentiële interviewees contact opnemen. Toch ben ik heel erg tevreden met de antwoorden en de mensen die ik gesproken heb.  

Categorieën: Reflecteren

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *