In deze driedelige serie leg ik stap voor stap uit hoe mijn onderzoek gevormd is. In het eerste gedeelte ga ik in op de totstandkoming van het onderzoek en het theoretisch kader. In het tweede deel kijk ik naar het contacteren voor de interviews en de interviews zelf. In het laatste deel van de serie leg ik uit hoe ik de data uit de interviews verwerkt heb en het onderzoek heb afgerond. Voor dit bericht schrijf ik dus over de beginfase van het onderzoek.

Het onderzoek begon eigenlijk al toen Mirthe, Eline, Stephanie en ik besloten om allemaal onderzoek te doen naar verschillende aspecten in de datajournalistiek om zo DataBewijst verder te helpen. Eerst was mijn insteek om een onderzoek te doen naar waarom datajournalistiek als belangrijk wordt gezien en waarom het langzaam aan het toenemen is. Als snel kwam Roy met het idee om de regionale of lokale journalistiek mee te nemen in één van onze onderzoeken. Toen heb ik besloten om mijn onderzoek volledig op de regionale media te gooien. Stephanie ging zich focussen op geld verdienen met datajournalistiek, Mirthe ging aan de slag met multidisciplinaire teams en Eline keek meer naar de bedrijfsjournalistiek en datajournalistiek. De volgende stap was het formuleren van mijn hoofdvraag en deelvragen. Mijn hoofdvraag werd uiteindelijk: “Wat kan de datajournalistiek bijdragen aan het regionale medialandschap?”

Het theoretisch kader kostte veel tijd bij mij, omdat ik niet zo goed wist welke literaire bronnen ik moest gebruiken. Er zijn maar weinig onderzoeken die echt ingaan op regionale media en datajournalistiek en dat vond ik lastig. Gelukkig hebben Devid en Stephanie mij geholpen door aan te geven dat het niet erg is om voor je literatuuronderzoek bronnen te gebruiken die niet over Nederland of regionale media gaan. In je theoretisch kader geef je eigenlijk een uitleg en onderbouw je dat met literatuur. Daarnaast zet je daar alles in wat jij denkt dat belangrijk is voor je onderzoek. Met deze gedachte ben ik uiteindelijk zo veel mogelijk bronnen gaan opzoeken om ook zo in mijn literatuuronderzoek validiteit te creëren. Deze papers heb ik allemaal gevonden via Google Scholar door de zoektermen datajournalism why?, datajournalism en why datajournalism? De volgende paper heb ik allemaal gelezen:

  • Data-driven revelation? Epistemological tensions in investigative journalism in the age of ‘big data’, geschreven door Sylvain Parasie
  • The View on Open Data and Data Journalism: Cases, Educational Resources and Current Trends, geschreven door Irina Radchenko en Anna Sakoyan
  • Models and Streams of Data Journalism, geschreven door Yuro Uskali en Heikki Kuutti
  • Small Departures, Big Continuities? Norms, values, and routines in The Guardian’s big data journalism, geschreven door Edson Tandoc Junior en Soo-Kwang Oh
  • Big Data and Journalism: Epistemology, expertise, economics, and ethics, geschreven door Seth C. Lewis en Oscar Westlund

Ik heb uiteindelijk niet alle papers in mijn onderzoek gebruikt. Ik heb in het onderzoek de papers van Radchenko & Sakoyan, Uskali & Kuutti, Tandoc & Kwang Oh en Lewis & Westlund verwerkt. Naast deze papers heb ik nog een aantal artikelen opgezocht die wat beter het beeld weergeven van de datajournalistiek in Nederland. De volgender artikelen heb ik gelezen:

Deze artikelen zijn op één na terug te vinden in het literatuuronderzoek. Alleen het opiniestuk van Lucas van Houtert is niet in de eindversie te vinden. Nadat ik alles had gelezen heb ik gefilterd en heb ik gekeken wat belangrijk was voor mijn onderzoek. Dit heb ik allemaal in een apart document gezet. Ik heb in dat document de literatuur verdeeld per deelvraag om zo duidelijkheid voor mijzelf te creëren. Zo kon ik kijken welke informatie ik er nog bij moest zoeken of ik al genoeg informatie had. Deze informatie stond grotendeels nog in het Engels, dus ik heb het vertaald naar het Nederlands. Toch heb ik het niet letterlijk vertaald, maar heb ik het in mijn eigen woorden verteld zonder de betekenis van de informatie aan te passen. Eenmaal klaar kwam ik uit op vijf à zes pagina’s aan literatuuronderzoek. Voor een lange tijd dacht ik dat dit genoeg was, maar toen we de theoretisch kaders gingen bespreken van elkaar bleek al snel dat ik te veel had.

Het bespreken van de literatuuronderzoeken deden we in kleinere groepen. Zo heb ik onder andere naar de literatuur gekeken van Karlijn, Yalou en Stephanie. Zij hebben aangeven dat er een groot gedeelte weg kon en dat ik al veel had. Daarnaast gaven ze nog aan dat bepaalde dingen best weg konden. Zo ging onder andere de quotes van één van de papers eruit waarin er met datajournalisten werd gepraat over datajournalistiek. Ook kreeg ik nog wat tips over de manier waarop ik de bronnen had vermeld. Ik heb dit al via de APA-stijl gedaan, maar dat was nog niet optimaal. Dus ik kon nog verder aan de slag.

Uiteindelijk heb ik het theoretisch kader naar drie pagina’s kunnen terug brengen. En ik moet eerlijk bekennen dat het zo wel beter is geworden. De papers in mijn ogen geven ook genoeg informatie om verder te kunnen gaan met het onderzoek. Er komen antwoorden uit, maar ze beantwoorden nog niet specifiek mijn deelvragen. Ik zie het als een mooi startpunt voor mijn interviews. Nadat mijn theoretisch kader weer op orde was heb ik op basis van de literatuur de vragen opgesteld.

Wat heb ik geleerd?

Ik heb geleerd dat je moet oppassen dat jezelf niet verliest in de literatuur. In het begin probeerde ik toch al antwoord te geven op mijn deelvragen en hoofdvraag met de literatuur, terwijl dat voor mijn onderzoeksmethode helemaal niet nodig is. In het begin heb ik dit wel gedaan, hierdoor had ik ook moeite met het zoeken naar informatie en had ik uiteindelijk ook te veel informatie. Ook ben ik erachter gekomen dat je literatuuronderzoek de belangrijkste elementen moeten bevatten. Wat belangrijk is beslis je zelf. Ik heb er uiteindelijk voor gekozen om alle informatie uit de literatuur die ook in mijn interviews naar voren komen erin te laten. Ik moet toegeven dat het een goed literatuuronderzoek geworden. Ik merkte op een gegeven moment ook dat de onderzoekers op een paar punten het met elkaar eens waren. Hierdoor heb ik de validiteit aangetikt, maar in mijn ogen wel maar net. Ik moet kritisch naar mijzelf zijn en het is misschien beter geweest als ik destijds nog één onderzoek had gelezen om zeker te zijn dat al mijn onderzoek valide is. Toch heb ik de validiteit wel net aangetikt.

Naast alles wat ik geleerd heb over het theoretisch kader heb ik ook genoeg geleerd over de datajournalistiek. Zo heb ik geleerd welke vormen van datajournalistiek er zijn en hoe je daar tussen kan wisselen. Ook heb ik nu een beeld over hoe de datajournalistiek zich in Nederland heeft ontwikkeld en ik moet eerlijk toegeven dat we toch nog wel aan het begin staan van de datajournalistiek in Nederland. Er zijn nog geen schokkende dingen gepubliceerd aan de hand van data, naast een aantal onderzoeken van Pointer. Wat ik heel erg interessant vond was dat één van de onderzoeken aangaf dat door de komst van data de werkwijze van de gehele redactie langzaam verandert.

In de volgende post over mijn onderzoek leg ik stap voor stap uit hoe ik mijn interviews heb geregeld en hoe de interviews zijn gegaan.

Categorieën: Reflecteren

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *