In deze serie ga ik in op elke competentie. Ik ga vertellen over hoe ik met deze competentie aan de slag ben gegaan, maar ook wat mijn houding is tegenover de competentie. In dit bericht ga ik in op de derde competentie, namelijk produceren. De competentie produceren is voor mij altijd een valkuil geweest. Zo was ik in het eerste jaar iemand die als een kip zonder kop door bleef gaan terwijl er niet echt kwalitatief goed productie kwamen. Gelukkig is dat allemaal verandert en zet ik nu volop in op kwaliteit in plaats van kwantiteit.  De competentie luidt als volgt:

“Maakt complexere producties voor een online omgeving. Stemt Nederlandse taal af op specifiek mediumtype en doelgroep. Voert het journalistieke werk op middellange termijn uit, en plant en organiseert op lange termijn onder aansturing.

competentie produceren

Om te beginnen bij het eerste gedeelte (Maakt complexere producties voor een online omgeving). Met datajournalistiek is de kans al vrij groot dat je snel complexere producties gaat maken en de producties die ik gemaakt heb zijn ook geen uitzondering. De gemakkelijkste productie ging over de Dodenherdenking en voor deze productie hebben we niet heel veel moeilijke data moeten gebruiken. Ik heb voor deze productie niet eens met data gewerkt, maar ik ben wel bezig geweest met de vormgeving voor een online omgeving (in Slices). De moeilijkste productie is die over de Veiligheidsmonitor. Deze productie heeft veel complexe data met verschillende betekenissen en vooral de hoeveelheid data maakt het erg complex.

Het Nederlands taalgebruik hebben wij afgestemd op de doelgroep waar we voor werkten (Stemt Nederlandse taal af op specifiek mediumtype en doelgroep). Zo hebben voor de Dodenherdenking, als doelgroep de Utrechter gehad. Terwijl we voor de productie over de files rondom Tilburg, de doelgroep de Brabander uit Hart van Brabant hadden. Voor de rest zijn de berichten die ik heb geschreven op mijn website ook weer gericht voor een specifieke doelgroep, namelijk mijn assessoren. De Veiligheidsmonitor is weer gericht voor de inwoners van Overijssel. Voor het onderzoek van Stephan Jongerius had ik weer als doelgroep een medejournalist. Net zoals bij het idee dat ik (samen met anderen) heb uitgewerkt voor het World Press Freedom Festival. Dit semester heb ik me wel vooral gericht op de regionale media. Tijdens mijn stageperiode ligt er nu het idee dat we ook willen gaan kijken wat DataBewijst eventueel voor de bedrijfsjournalistiek kan betekenen. Als wij dan met een bedrijf in zee gaan, dan zullen we ook weer met een andere doelgroep zitten.

Het journalistieke werk heb ik allemaal op middellange termijn en lange termijn gedaan (Voert het journalistieke werk op middellange termijn uit, en plant en organiseert op lange termijn onder aansturing). Het onderzoek en de Veiligheidsmonitor zijn allemaal projecten die ik (of alleen of samen met Mirthe) heb gepland en georganiseerd op lange termijn, zonder begeleiding. Vooral het onderzoek naar de Veiligheidsmonitor hebben Mirthe en ik zonder aansturing gedaan. Tijdens mijn onderzoeksperiode over datajournalistiek en regionale media is er soms wel aansturing geweest van meerdere studenten, Devid en Roy. In mijn ogen vallen de productie over de files rondom Tilburg tijdens corona en de Dodenherdenking in Utrecht onder journalistiek werk op middellange termijn. Hiervoor hebben we een aantal weken de tijd moeten nemen, maar dit zal niet meer zijn geweest dan twee à drie weken. Het bedrijf kan ook gezien worden als journalistiek werk en dat is iets wat altijd door blijft lopen (lange termijn), maar wel onder begeleiding en aansturing.

Houding

Zoals ik al in de inleiding heb vermeld, is deze competentie een valkuil voor mij. In het begin van mijn carrière hier bij Condor ging het bij mij om kwantiteit en niet om kwaliteit. Nu is er over de jaren heen een verschuiving geweest en vind ik de kwaliteit nu veel belangrijker dan de kwantiteit. Dat is ook de reden waarom Mirthe en ik er uiteindelijk voor hebben gekozen om de productie over de Veiligheidsmonitor niet af te raffelen. Ook mijn onderzoek is bewijs dat ik voor kwaliteit ga in plaats van kwantiteit. Devid gaf op een gegeven moment aan dat we het onderzoek mochten afraffelen en daar had ik best wel veel moeite mee. Gelukkig heb ik uiteindelijke een kwalitatief goed onderzoek neer kunnen zetten.

Het volgende punt is mijn Nederlands. Op mijn middelbare school was ik de beste in Nederlands, maar sinds ik op de journalistiek opleiding zit is de taal achteruit gegaan. Sinds dit semester zet ik dan ook meer in op het beheersen van de taal. Zo heb ik op mijn telefoon de app staan Beter Spellen. Elke werkdag krijg ik vier oefeningen doorgestuurd om zo mijn taal te verbeteren. Ook maak ik nog oefeningen in het boek Vlekkeloos Nederlands. Dit allemaal om mijn Nederlands te verbeteren. Ik merk ook wel dat het steeds beter is geworden. Mijn taal is niet zo slecht als twee jaar geleden en ik besteed nu ook meer aandacht aan het controleren van de berichten die ik schrijf om zo taalfouten tot een minimum te krijgen. Ik merk het ook aan de mailtjes die ik schrijf voor DataBewijst. Als ik ze dan typ, maak ik niet meer zoveel fouten als ik eerst deed. Toch zal Nederlands altijd een aandachtspunt blijven voor mij en ben ik nog zeker niet klaar met mijzelf ontwikkelen in deze taal. Daarom ben ik van plan om dit in de zomervakantie op te pakken. Ik ga er niet intensief aan zitten, maar ik ga wel door met de oefeningen maken.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *